Leven

Willem wordt geboren op 25 september 1952 in Kerkrade. Zijn wieg staat in een meer dan 200 jaar oude, typisch Limburgse boerderij. Die staat helemaal ingebouwd in een ‘moderne’ wijk, maar wanneer je de poort open doet kom je in een andere wereld. Op de hof groeit een grote es, die jaarlijks geknot moet worden. Overal staan bakken met bloeiende fuchsias, dahlias en knolbegonias. Onder het dak zijn altijd zwaluwnestjes te vinden. Later worden het oude wc hokje en de mestvaalt afgebroken.

Meteen bij binnenkomst is er het huis van opa en opoe Aaij. Voor Willem is opa zijn grote held. Opa houdt koeien en mest en slacht zelf varkens. Opoe heeft een groentewinkel en gaat langs de huizen met de groentekar. Even verderop is het huis van Willem en Dini Aaij. Willem heet hetzelfde als zijn vader en zijn twee jaar oudere zusje heet Dini net als haar moeder. Pa Aaij werkt ’s nachts in de mijn en overdag in de prachtige moestuin. Ma zorgt voor iedereen in het gezin, de familie, en voor de zieken en bejaarden in de buurt. Pa en ma maken op zaterdag ook de lagere school schoon. Willem gaat dan vaak mee om er te spelen. Hij is trouwens de lieveling van zijn leerkrachten omdat hij zo slim en zachtaardig is.

De muren van de boerderij zijn meer dan 50 cm dik. Het is dus nooit echt koud of echt warm binnen. Het huis staat vol met mooie oude spullen. In de schuren rond de hof is veel ruimte. Pa en ma bewaren daar alles wat mensen komen brengen voor de jaarlijkse rommelmarkt voor de kerk. Kleding, meubels, huisraad, en natuurlijk wordt er ook oud speelgoed gebracht. Willem heeft zo een aantal Dinky Toys verkregen. Hij speelt er mee onder de kast in de keuken.

Willem is een rustige, dromerige jongen. Een moederskind zou je kunnen zeggen. Op de lagere school heeft hij een vriend Ad, die groot en sterk is. Die moet Willem wel eens verdedigen, wanneer hij gepest wordt door de katholieke buurjongens. Later zal Willem zich die tijd niet als een gelukkige tijd herinneren. Hij was vaak bang en moest zich regelmatig verstoppen. De meeste mensen in Zuid-Limburg zijn katholiek, maar zij zijn hervormd. Dat leeft in die tijd heel sterk. Zijn ouders zijn gelukkig heel ruimdenkend.

Op de middelbare school doet hij het prima. Hij haalt zijn HBS A diploma met een 9- gemiddeld. In de vierde klas krijgt Willem de smaak van het leven te pakken. Hij is altijd al eigenzinnig geweest net als zijn vader en opa. Maar nu laat hij zijn haar groeien. Hij is lange tijd de enige in de omtrek met haar tot op zijn borst. Het is dik en het golft prachtig. Hij krijgt hiermee ook een ander image. Hij ontdekt, dat hij er mag zijn. Hij heeft een clubje mensen om zich heen, die diepe gesprekken voeren en het helemaal anders willen gaan doen in de wereld.

In die tijd zijn meisjes voor hem ‘het grote geheim’. Hij heeft wel eens een vriendinnetje gehad, maar kort. Op de achtergrond houdt hij al van kinds af aan van Petra, de blonde schone, die vaak bij hen komt spelen en logeren. Hij heeft het haar nooit durven zeggen.

Op zijn 16-de vertrekt Willem naar Amsterdam om Sociologie te gaan studeren. Hij gaat wonen op een studentenflat op Uilenstede. Daar ontplooit hij zich tot een jonge man, die serieus, vriendelijk en gezellig is, vaak voor de hele eenheid kookt, gitaar speelt en prachtige zwart-wit foto’s maakt, die hij zelf ontwikkelt. Wanneer je hem in Amsterdam op zijn oude opoefiets tegenkomt heeft hij altijd zijn camera om. Er wordt behoorlijk wat hash gerookt. Het is nog steeds flower-power tijd. Willem is bijzonder handig in het macaramé-en en maakt kettingen, tasjes, arm- en haarbanden. Hij verwerkt er ook kralen in.

In die tijd ontdekt hij ook de natuur. Hij gaat regelmatig naar huis in Limburg, vaak met een aantal vrienden en vriendinnen, die allemaal gevoed worden door en logeren bij Willem’s ouders. En wanneer ze weg gaan zijn ook hun schoenen weer eens gepoetst en zijn er nieuwe knopen aangezet. Zij maken lange wandelingen en ’s avonds worden er diepe gesprekken gevoerd. Soms is ook oom Hans daar. Oom Hans is een soort Limburgse Jan Wolkers met schitterende verhalen. Een man met gouden handen, die alles bouwen kan wat iemand kan bedenken.

Op zijn 17-de is Willem voor het eerst depressief. Hij wordt dan somber, trekt zich terug in zichzelf en slaapt veel. Wandelen in de natuur en naar muziek luisteren is het enige, dat hem een beetje helpt. Pas veel later halverwege zijn 30-er jaren zal geconstateerd worden, dat hij manisch-depressief is. Dit maakt het hem ook moeilijk om zijn studie af te ronden. Met name in de laatste periode, tijdens het schrijven van zijn scriptie, heeft hij er veel last van.

Hij woont dan inmiddels in Abcoude. Met 4 studenten hebben ze er een mooi rijtjeshuis gehuurd. Willem heeft een sfeervolle kamer helemaal boven in het huis. Die staat vol met planten en mooie spullen. Aan de muur hangen foto’s, schilderijen en kleden. Zijn bed ligt op de grond. Het huis eet makrobiotisch. Willem kookt heel goed en bakt zelf zijn eigen biologische zuurdesembrood. Hij is 1.92 m, heeft schoenmaat 48 en weegt 89 kg. Hij draagt vaak oude overhemden zonder kraag en draagt graag een prachtig zwart oud vest met benen knopen. Alles van de rommelmarkt, natuurlijk.

Hij is een prachtige man om te zien, maar in de liefde heeft hij niet veel geluk. Ook in de jaren in Abcoude is hij in stilte verliefd op een mooi meisje, Ferieke, maar ze is getrouwd. In zijn laatste jaar ontmoet hij Ellen. Ze komen elkaar tegen op Uilenstede of op de VU. Ellen nodigt hem uit voor haar kandidaatsfeest op 16 februari 1976. Dan raakt het ‘aan’.

In 1978 wil ook Ellen de stad uit en ze vinden samen met Marcia en Jieles een huis in de nieuwbouw in Kockengen. Dat worden jaren van intens sociaal leven voor Willem. Hij is actief lid van de Natuurgroep. Dat betekent weekenden wandelen en werken in de natuur door heel Nederland heen, vergaderen en stukjes schrijven voor het Natuurgroep krantje. Vaak zit het huis vol met jeugd uit de buurt.

 

 

 

In die tijd zijn banen voor academici moeilijk te vinden. Willem werkt een tijdlang bij Milieudefensie en Utrechts Landschap. Na veel zoeken besluit hij een baan te accepteren in Gulpen, Zuid-Limburg, als inspraakmedewerker. Ellen gaat Biologieles geven in Heerlen. Ze wonen op een geweldige stek in Maastricht. Tegelhandel Smeets heeft haar magazijn aan de Heerderdwarsstraat, maar de ondernemende eigenaar heeft er ook enkele appartementen gebouwd. Natuurlijk zijn daarin allerlei soorten (resten) tegels in toegepast. Het is er erg gezellig. Op het zelfde hofje wonen een conservatoriumstudent en een meisje van de kunstacademie. Er wordt regelmatig samen gebarbecued en naar muziek geluisterd.

Na een jaar speelt de heimwee naar Kockengen op en vindt Willem gelukkig een baan bij de Provincie Zuid-Holland. Het ambtenaarschap zal hem echter nooit natuurlijk af gaan. Hij verzet zich tegen plannen waar hij tegen is. Zijn verandergezindheid is de provincie vaak te veel. Hij heeft in die tijd wel veel plezier met de naaste collega’s. Mareike is vanaf die tijd een goede vriendin. Lastig is, dat Willem van elk jaar toch wel enkele maanden thuis is vanwege zijn depressie en vanwege de therapie daar rondomheen.

Hij is in die tijd ook lid van de tennisclub geworden en blijkt veel aanleg te hebben. Na enkele jaren doet hij mee met de clubkampioenschappen. Zijn hoogste plaats is plaats op de ranglijst is 3 na John en Mees. In zijn studententijd dronk Willem geen alcohol. Dat wordt in de tennisclubtijd wel anders. Willem is een graag geziene gast in de kantine, waar jarenlang vele glazen bier en wijn geconsumeerd zullen worden. Zijn verhalen zijn dan groots en het liefst praat hij met en over vrouwen. De feesten op de tennisclub mogen er ook zijn. Er is vaak live muziek met Charls’ band er is elk jaar een cabaret waar Willem graag aan mee doet. Ook in de politiek is Willem een tijdje actief in de partij Gemeentebelangen. Hij is een goed spreker, maar wel erg ongenuanceerd. Dat levert hem naast vrienden ook vijanden op.

Vlak voordat Roel wordt geboren verhuizen ze naar de Kerkweg. Willem is druk om alles te schilderen voor de bevalling. Vrienden uit Griekenland, Maikis en Hetty, doneren een knaloranje Volkswagenbusje. Daarmee gaan Willem en Ellen naar zwangerschapscursus. Met die ervaring op zak zal Willem een grote steun zijn tijdens de bevalling. Vanaf Roel’s geboorte voelt Willem de zware verantwoordelijkheid om ‘alles goed te regelen’ en ‘overal voor te zorgen’. Hij klust en verft wat af. Maar het liefst werkt hij in de tuin. Hoewel het Zevenblad altijd is blijven woekeren, ontstond er een prachtige bloementuin met misschien wel 100 verschillende soorten planten. Het gezin eet volop uit de biologische groententuin. En wat over is wordt geweckt. Van de witte kool maakt Willem zelf zuurkool in een originele (Limburgse) zuurkoolpot.

Vlak na Roel wordt Steven geboren. Willem stoeit en speelt graag met ze. Van kleins af aan gaan ze mee op lange tochten door de natuur. Om de paar maanden logeert het hele gezin bij opa en oma in Limburg. In de zomer spelen de jongens in de zinken teilen op de hof, waar Willem als kind ook in heeft gezeten. Favoriet zijn ook de vakanties in het oude boerderijtje van de familie van Dongen in Wesepe of in de stacaravan bij de boerderij in de Lutte. Van elke wandeling wordt een klein avontuur gemaakt. Willem schrijft en tekent ook verhalen voor de jongens.

Wanneer beide jongens op de basisschool zitten, houdt Willem op met werken. Van dan af is hij huisman. Hij zorgt voor de kinderen, het huis, kookt en wast. Alleen aan schoonmaken heeft hij een grote hekel. Leuke kant van het huismanschap is dat hij veel tussen vrouwen verkeert. Hij houdt erg van gezelligheid. Vaak gaat hij tochtjes maken of vissen met de jongens.

Wanneer ze groter zijn vindt hij een baantje bij het huis-aan-huisblad ‘De Vechtstroom’. De uitgever heeft hem een speciale tekstcomputer gegeven voor thuis. Met zijn grote vingers typt hij de artikelen in. Hij schrijft soepel en zijn leuke artikelen lezen gemakkelijk. Hij maakt ook zelf de foto’s. Zo komt een oude hobby uit zijn studententijd hem nu goed van pas. Alle wetenswaardigheden uit Kockengen en omgeving legt hij in die jaren vast. Op den duur wordt het wel een beetje saai al die jubilea, schoolsportdagen en Koninginnedag toespraken.

In 1991 verhuist het gezin naar Laag-Nieuwkoop. De hele inboedel wordt met de Renault Nevada naar het nieuwe huis gebracht. Zelfs de bank kan nog in de zeer ruime kofferbak. Het ruikt er vers naar verf. Willem heeft alles van binnen en buiten in de verf gezet. Dat is vooral achteraf een enorme klus gebleken. En ter afwisseling werkt hij in de tuin. Op 1100 meter grond is heel wat te doen. Allereerst wordt de vreselijk lelijke zitkuil met Coniferen eromheen opgeruimd. Zoiezo moeten alle Coniferen er onmiddellijk uit. Willem heeft er een hekel aan. Uit Limburg worden karrevrachten met stekken meegenomen uit pa’s tuin en honderden narcissebollen. Roel en Steven zijn nu groot genoeg om op de fiets naar het Kockenest te gaan. Met de auto is de afstand precies berekend: 3,3 km.

In stilte lijdt Willem eraan dat hij geen reguliere baan heeft. Hij is heel actief op school en in de Natuurgroep, maar zal altijd het gevoel houden, dat hij zijn ambities om bij te dragen aan de maatschappij niet kan waarmaken. Anders is het met zijn creatieve bijdrage. Geïnspireerd door schilderlessen uit het Cursusprogramma (een activiteitenprogramma gesubsidieerd door de Gemeente Breukelen) begint hij zelf te aquarelleren. Hij schildert typisch Utrechtse weidelandschappen en stillevens. Zijn schilderijen zijn kleurig en krachtig, heel anders dan de zoetige aquarellen die vaak door anderen gemaakt worden. Hij is ook in het schilderen vrij, net als in de natuur. Hij draait er zijn hand niet voor om met een ezel en zijn verf aan een grachtje te gaan zitten en aan het werk te gaan. Het kan hem dan totaal niet schelen, dat er mensen kijken of dat ze commentaar hebben op wat hij maakt. Hij is enorm productief. En natuurlijk krijgen vrienden en familie een schilderij op hun verjaardag. Willem’s werk wordt ook enkele keren tentoongesteld. Hij begint schilderijen te verkopen. 350 Gulden voor een groot werk is een aardig bedrag!

Roel en Steven gaan een jaar na elkaar naar de middelbare school in Woerden. Dat is een stuk verder. Zo’n 9 km fietsen. Wanneer het regent worden ze wel gebracht. Willem rijdt eerst in een oeroude Fiat, maar tegen die tijd krijgt hij een keurig Peugeot-je. Er gaan nu veel uren voorbij, dat hij alleen is in huis. Ellen maakt lange dagen op haar werk. De jongens blijven vaak bij vriendjes in Woerden. Ongemerkt is Willem steeds meer gaan drinken. Hij doet allerlei pogingen om te stoppen. Via praattherapie en zelfs via de Detox, waar een harde, maar heldere aanpak wordt gevoerd. Het lukt hem niet. Dat zijn huwelijk ter discussie komt te staan helpt hem niet, in tegendeel, het doet hem zich dieper in zichzelf en de drank verliezen.

In 1997 komt het tot een scheiding. Willem gaat wonen in een stacaravan op het erf van een boerderij in Kamerik. Hij heeft een eigen stukje land en vrij uitzicht. Hij heeft zijn eigen moestuintje, maar het onkruid groeit er veel weliger dan vroeger. Hij schildert nog steeds. Ook begint hij verre reizen te maken, naar Nepal vooral. Met veel fotorolletjes en kisten vol spullen komt hij dan terug. Hij droomt ervan om daar te gaan wonen. Hij heeft er vrienden gemaakt met wie hij lange tijd schrijft. Hij is dol op de Oosterse vrouwen en kijkt in die tijd vaak zondagochtend naar Ohm.

Hij kan rondkomen van zijn uitkering, maar is niet handig met geld. Door alles wat er voorvalt verwijdert hij zich van zijn vrienden en familie. Hij brengt zijn goede dagen door in het Rijksmuseum waar hij geanimeerde gesprekken voert met medebezoekers. Op zijn slechte dagen houdt hij zich op in Hoog Catharijne. Wanneer de boer Willem de huur opzegt, staat hij op straat. Er komt een periode van armoede en rondzwerven. Hij woont zelfs nog een tijdje in zijn ouderlijk huis. Zijn ouders zijn net naar het bejaardentehuis gegaan, dus het staat leeg. Dini zorgt daar voor hem. Gelukkig vindt hij via de krant een flat in Woerden. Daar woont hij zijn laatste jaar totdat hij op 5 juli 2003 overlijdt aan een slokdarmbloeding.

Willem laat een schat van foto’s, schilderijen en teksten na zodat we ons hem gelukkig heel goed kunnen blijven herinneren. Willem is een echte liefhebber van het leven.

Webdesign by: h-design